Home > Veehouder > Probleemstellingen > Besmettelijke diarree

Besmettelijke diarree

Besmettelijke diarree

Diarree bij jonge kalveren, tijdens de eerste levensweken, is verantwoordelijk voor een enorm verlies aan inkomen in de rundveesector.  Er sterven nog altijd 10 % van alle kalveren ten gevolge van diarree, bovendien vertonen de overlevende kalveren dikwijls een langdurige groeiachterstand en blijven ze gevoelig voor allerlei infecties tijdens de opfok.  Redenen genoeg om alles te doen wat nodig is om deze problemen te voorkomen.

 De oorzaken

Diarree vlak na de geboorte wordt meestal veroorzaakt door een bacterie,  Escherichia Coli genaamd.  Deze hecht zich aan de darmwand en scheidt een gifstof af, met de bekende "gele diarree" tot gevolg.  Voldoende vochtopname en een behandeling met werkzame antibiotica zorgen meestal voor een snelle genezing. Salmonella veroorzaakt vooral bij vleeskalveren soms problemen.  Er bestaan voornamelijk twee varianten, namelijk Salmonella Typhimurium en Salmonella Dublin.  De eerste tast zeer jonge dieren aan.  Na genezing hervallen ze niet meer. De tweede komt voor vanaf een leeftijd van vier weken en veroorzaakt dikwijls een hervallen na genezing.  Salmonella Dublin vertoont een brede weerstand tegenover antibiotica.

Een besmetting tijdens de eerste levensdagen met allerhande virussen en/of Cryptosporidium is erger.  De belangrijkste virussen zijn het rotavirus, het coronavirus, het torovirus en het BVD-virus.  Deze veroorzaken dezelfde letsels in de darm zodat de melksuiker niet meer kan afgebroken worden tot eenvoudige suiker of glucose.  De onverteerde melksuiker stapelt zich op en trekt water uit het lichaam aan.  Deze onverteerde melksuiker komt terecht in de dikke darm en wordt  afgebroken tot vetzuren die op hun beurt weer water aantrekken en de darm irriteren. De darm reageert door veel slijm af te scheiden. Vervang onmiddellijk de melk door een zoutoplossing (elektrolyt) met glucosesuiker om de energie en watertoevoer veilig te stellen. 

Maatregelen 

Er zijn voor het kalf twee periodes waarin het kan besmet worden: enerzijds in de periode kort na de kalving door de mest van de koe en anderzijds door besmette uitwerpselen uit de omgeving of door direct contact met een ander ziek kalf.  Vermijd daarom tijdens de kalving dat de mest van de moeder in de muil van het kalf komt. Het pasgeboren kalf wordt opgevangen op proper strooisel en na de biestverstrekking in een propere individuele kalverbox gehuisvest.    
 
De biestmelk van de meeste koeien bevat veel afweerstoffen  tegenover alle mogelijke virussen die op het bedrijf aanwezig zijn.  Gedurende de eerste twee levensdagen, passeren de afweerstoffen via de darm van het kalf en worden opgenomen in het bloed.  Daar blijven ze  ongeveer zes maanden aanwezig om het kalf te beschermen tegen algemene besmettingen.  Na de eerste twee levensdagen worden de afweerstoffen niet meer opgenomen in het bloed en blijven werkzaam in de darm.  Bij bedrijven die, ondanks een goede algemene hygiëne, problemen hebben met besmettelijke diarree kan men de afweer verhogen.

De afweerstoffen kunnen op drie wijzen bekomen worden:  

  • Het teveel aan biestmelk kan bewaard worden in de diepvriezer in pakjes van 100 gram.  Deze porties kunnen toegevoegd worden aan de melk gedurende de eerste drie levensweken;  
  • Men kan ook de koe vaccineren met een rota-corona-vaccin tijdens de dracht. De biestmelk maar ook de melk van de eerste lactatiemaand is rijk aan rota- en coronavirusafweerstoffen.  Als deze melk wordt gevoederd tijdens de eerste weken, zal het kalf voldoende weerstand hebben tegen over een gewone besmetting;  
  • Om het kalf te beschermen tegen de zeer vroeg optredende Colidiarree moeten er zoveel mogelijk afweerstoffen zitten in de biestmelk.  Dit kan door de drachtige koe tweemaal te vaccineren tegen Coli in de zevende drachtmaand met twee weken tussenpauze. 

Naar producten

Terug naar het overzicht
© 2018 Nutriprof Sprl